Behangen: tips en stappenplan voor zelf vliesbehang plakken
Laatst bijgewerkt:
Zelf behangen hoeft niet moeilijk te zijn. Met een vlakke muur, een rechte eerste baan en voldoende vliesbehanglijm plak je vliesbehang strak, stotend en zonder luchtbellen.
In de video hierboven laat Thijs zien hoe je een muur behangt met vliesbehang: van de voorbereiding en het op maat snijden van de banen tot het inlijmen van de muur, gladstrijken en netjes aansluiten van de naden. Hieronder vind je hetzelfde stappenplan uitgebreider, aangevuld met praktische behangen tips voor beginners, geverfde muren, een deel van de muur behangen en de keuze van je startrichting.
Voor je begint met behangen
Goed behangen begint vóór de eerste baan op de muur zit. Controleer of de wand vlak, droog, schoon en voldoende stevig is. Gaatjes en scheuren kunnen door een dunne of licht gestructureerde baan zichtbaar blijven. Vul beschadigingen daarom op, laat het vulmiddel drogen, schuur het vlak en verwijder het stof. Bij een nieuwe of sterk zuigende muur volg je de voorbehandeling die bij de gekozen lijm en ondergrond hoort; in de video wordt bij een sterk zuigende nieuwe wand een eerste lijmlaag een dag eerder aangebracht.
Deze handleiding gebruikt vliesbehang: daarbij smeer je de lijm op de muur en plaats je het droge behang direct in de natte lijm. Dat werkt anders dan klassiek papierbehang, waarbij de baan zelf vaak wordt ingelijmd en moet inweken. Controleer daarom altijd het etiket en de behangsymbolen van jouw rol.
De belangrijkste regel is niet dat je precies in een hoek, bij een deur of aan één vaste zijde moet beginnen, maar dat de eerste behangbaan perfect recht staat. Hoeken, kozijnen en plafonds lopen in de praktijk niet altijd loodrecht. Bepaal daarom eerst je startpositie en zet daar een loodrechte hulplijn. In de video gebeurt dit met een loodlijn of laser. Meet zowel boven als onder naar een kozijn of rand als je daarlangs werkt; zo ontdek je vroeg of de wand scheef loopt.
Behangen van het licht af of naar het licht toe? Bij modern vliesbehang dat stotend wordt geplakt is de lichtrichting minder bepalend dan bij overlappende banen. Wil je naden zo rustig mogelijk laten ogen, dan is beginnen bij de belangrijkste daglichtbron en vandaar de ruimte in een logische keuze. Laat de rechte hulplijn echter altijd zwaarder wegen dan een scheve hoek of kozijnrand.
Gebruikt in de video
Cristiana Masi Thai Behang uni structuur - 26484
De Thai-collectie bevat grof getextureerde uni's met een natuurlijke uitstraling en subtiele opaalglans. Deze uitvoering is een rustig voorbeeld om de techniek van stotend vliesbehang plakken goed te laten zien.
Wil je weten hoe je moet behangen? Werk dan in deze volgorde. Het stappenplan volgt de werkwijze uit de video en is vooral gericht op vliesbehang waarbij de muur wordt ingelijmd.
Stap 1: Controleer en egaliseer de muur
Loop de muur na op gaten, scheuren, losse delen en duidelijke oneffenheden. Vul beschadigingen, laat ze volledig drogen en schuur uitstekende randjes vlak. Maak daarna stofvrij. Hoe gladder en gelijkmatiger de ondergrond, hoe strakker het eindresultaat.
Wil je bestaande spijkers later weer gebruiken voor schilderijen, dan kun je ze zoals in de video laten zitten en het behang na het plakken voorzichtig rond de spijker vrijsnijden. Verwijder je ze wel, vul dan de gaatjes vóór het behangen.
Stap 2: Meet en snijd de behangbanen op maat
Meet de wandhoogte en tel ongeveer 10 cm extra bij de baanlengte op. Die marge heb je nodig om het behang later strak langs plafond en plint af te snijden. Snijd de banen vooraf op maat, zodat je vlot kunt doorwerken zodra de muur is ingelijmd.
Nummer de achterkant van de banen in plakvolgorde en markeer eventueel de bovenkant. Heeft je behang een patroon of schrijft het etiket een afwijkende plakrichting voor, houd daar al tijdens het snijden rekening mee.
Stap 3: Zet een rechte startlijn
Bepaal waar de eerste baan komt en zet daar een loodrechte lijn. Vertrouw niet blind op de hoek van de kamer of het kozijn. Als de eerste baan scheef staat, loopt die afwijking door in alle volgende banen. Plaats de eerste baan daarom tegen de hulplijn en laat waar nodig een kleine snijmarge richting de hoek.
Stap 4: Breng vliesbehanglijm per baanbreedte aan
Bij vliesbehang gaat de lijm rechtstreeks op de muur. Verdeel de lijm gelijkmatig met een roller en werk de randen en hoeken zo nodig bij met een platte kwast. Lijm ongeveer één baanbreedte per keer in. Zo blijft de lijm nat genoeg wanneer de baan wordt geplaatst en behoud je voldoende kleefkracht.
Kant-en-klare lijm werkt snel en voorkomt het aanmaken van poederlijm. Volg altijd het verbruik en de ondergrondinstructies van de gekozen vliesbehanglijm.
Stap 5: Plak de eerste baan en strijk luchtbellen weg
Plaats de eerste baan langs de loodlijn en druk het vliesbehang rustig aan. Kleine lijmklodders die aan de zijkant naar buiten komen, verwijder je meteen met een schone doek.
Zie je luchtbellen onder het behang? Strijk die met de aandrukspatel van het midden naar de buitenkant. Werk met rustige halen totdat de hele baan vlak tegen de muur ligt.
Stap 6: Snijd boven- en onderkant strak af
Zit de baan goed, druk dan de aandrukspatel stevig in de hoek tussen wand en plafond en snijd langs de spatel met een scherp afbreekmes. Doe onderaan hetzelfde langs de plint. Een scherp mes is belangrijk: een bot lemmet kan nat behang trekken of rafelen.
Stap 7: Plak de volgende banen stotend
Stotend behangen betekent dat de randen van twee banen precies tegen elkaar liggen: niet overlappend en zonder zichtbare kier. Plaats de nieuwe baan eerst bovenaan tegen de vorige en stuur hem voorzichtig bij zolang de lijm nog nat is. Druk daarna van het midden naar buiten aan.
Gebruik de naadrol alleen met lichte druk en alleen als het type behang dat toelaat. Te hard rollen kan lijm uit de naad drukken of een structuur beschadigen.
Stap 8: Controleer naden en verwijder lijmresten
Controleer iedere baan meteen. Werk luchtbellen weg voordat de lijm aantrekt en veeg lijm op de voorzijde voorzichtig af met een schone, licht vochtige doek. Laat de wand vervolgens rustig drogen volgens de voorschriften van het behang en de lijm.
Stortend behangen is iets anders dan stotend behangen. Bij stortend plakken draai je, alleen als het etiket dit voorschrijft, iedere tweede baan 180 graden. Dat kan kleur- of glansverschillen tussen banen verminderen. Doe dit nooit automatisch: volg het symbool op de rol.
Papierbehang aanbrengen: wat is het verschil?
Het stappenplan hierboven is gericht op vliesbehang. Bij papierbehang werkt het behangen net iets anders. Het belangrijkste verschil zit in het aanbrengen van de behanglijm. Bij vliesbehang smeer je de muur in met lijm en plaats je de droge baan direct op de muur. Bij traditioneel papierbehang breng je de lijm juist op de achterkant van het behang aan.
Na het insmeren heeft papierbehang meestal een inweektijd nodig. Vouw de ingelijmde baan voorzichtig dicht, zonder scherpe vouwen te maken, en laat de lijm gedurende de aangegeven tijd intrekken. Zo kan het papier gelijkmatig uitzetten voordat je het op de muur plakt. Houd voor de juiste inweektijd altijd de aanwijzingen op het behang of de verpakking aan.
Daarna plaats je de baan langs de uitgezette loodlijn en strijk je het behang voorzichtig vanuit het midden naar de randen glad. Werk rustig: nat papierbehang is kwetsbaarder dan vliesbehang en kan gemakkelijker scheuren of uitrekken. Zorg er ook voor dat alle banen ongeveer even lang inweken. Verschillen in inweektijd kunnen invloed hebben op hoe de banen aansluiten.
Kort samengevat: bij vliesbehang gaat de lijm op de muur; bij papierbehang gaat de lijm op het behang en laat je de ingelijmde baan eerst inweken.
Neem extra tijd voor de eerste baan: die bepaalt de richting van de rest van de muur.
Lijm bij vliesbehang niet meteen een groot vlak in, maar werk ongeveer per baanbreedte.
Snijd banen vooraf op maat en nummer ze aan de achterkant.
Controleer vóór het plakken of alle rollen uit dezelfde productiebatch komen als dat op het etiket wordt vermeld.
Veeg lijmresten direct weg; opgedroogde lijm kan een glanzende plek achterlaten.
Strijk lucht altijd vanuit het midden naar de rand, niet willekeurig heen en weer.
Plak naden stotend en forceer de randen niet over elkaar.
Gebruik bij patroonbehang de aangegeven patroonhoogte en aansluiting; bij stortend behang draai je alleen banen om als het symbool dit voorschrijft.
Werk rustig maar doorlopend. Vliesbehang is vaak nog kort te corrigeren zolang de lijm nat is.
Een deel van de muur behangen
Je hoeft niet altijd alle muren te behangen. Een deel van de muur behangen kan juist een rustige accentzone maken, bijvoorbeeld achter een bed, kast of eettafel. Bij een muur gedeeltelijk behangen is de eindlijn extra zichtbaar. Zet die daarom net zo zorgvuldig loodrecht uit als de eerste baan en snijd de laatste baan langs een strakke geleiding af.
Wil je behang en verf op 1 muur combineren, schilder dan bij voorkeur eerst het verfvlak en laat dit volledig uitharden voordat je gaat behangen. Daarna kun je de behangrand exact langs de gekozen overgang plaatsen. Zo voorkom je dat verf op het behang komt en kun je de grens tussen beide afwerkingen beter controleren.
RAL-kleuren combineren met behang
Bij een accentmuur of gedeeltelijk behangen wand kun je de overige muurvlakken in een rustige RAL-kleur schilderen. Bij het rood getinte Thai 26484 geven warme wittinten een zacht contrast, terwijl lichtgrijs het geheel moderner en neutraler maakt. Wil je juist een donkere, ton-sur-ton uitstraling, dan kan een diepe roodtint als accent werken. Beoordeel verf en behang altijd samen in het dag- en kunstlicht van de kamer.
Maak de muur vlak, droog en stofvrij, snijd de banen op maat, zet een rechte startlijn en breng bij vliesbehang de lijm op de muur aan. Plak de eerste baan langs de loodlijn, strijk luchtbellen van het midden naar buiten, snijd boven en onder strak af en plaats de volgende banen stotend tegen elkaar.
Wat heb je nodig om te behangen?
Voor deze klus gebruik je onder meer vliesbehang, geschikte vliesbehanglijm, afdekvlies, een rollerbak of emmer met rooster, een platte kwast, aandrukspatel, scherp afbreekmes, behangschaar, naadrol en materiaal om de ondergrond glad en stofvrij te maken. De volledige productlijst staat hierboven.
Waar begin je met behangen?
Begin op een plek waar je een betrouwbare loodrechte startlijn kunt zetten. Een hoek of kozijn kan scheef staan. Bij stotend vliesbehang is een rechte eerste baan belangrijker dan een vaste regel over links, rechts of de lichtrichting.
Is behangen moeilijk?
Vliesbehang is goed zelf aan te brengen, ook voor beginners, omdat je de muur inlijmt en de droge baan direct plaatst. De meeste fouten ontstaan door een slechte ondergrond, een scheve eerste baan, te weinig lijm of te laat corrigeren. Met een rustig stappenplan is zelf behangen goed te doen.
Kun je over behang heen behangen?
Technisch kan dat soms wanneer de oude laag volledig vast, glad, schoon en vlak is, maar voor het strakste en meest voorspelbare resultaat is oud behang verwijderen meestal beter. Reliëf, losse naden, vocht of kleurverschil van de oude laag kunnen in het nieuwe resultaat zichtbaar worden.
Kun je behangen op een geverfde muur?
Ja, een geverfde muur kun je behangen als de verflaag goed vastzit, schoon, droog en voldoende egaal is. Gladde of glanzende verf kan eerst licht moeten worden opgeschuurd voor een betrouwbare hechting. Repareer beschadigingen en verwijder stof voordat je de lijm aanbrengt.
Wat is het verschil tussen stotend en stortend behangen?
Stotend betekent dat de randen van twee banen precies tegen elkaar aansluiten. Stortend betekent dat iedere tweede baan 180 graden wordt gedraaid. Stortend plakken doe je alleen wanneer het behangetiket of symbool dat voorschrijft.
Vliesbehang bekijken
Vliesbehang is sterk, vormvast en prettig te verwerken omdat de lijm op de muur wordt aangebracht. Bekijk het assortiment als je na dit stappenplan een kleur, structuur of dessin voor jouw muur wilt kiezen.